Wat politici liever niet vertellen over EU-besluiten (en zéker niet vlak voor de verkiezingen)

Ik zit voor The Europeanologist’s Grote EU-Kieswijzer verkiezingsprogramma’s door te lezen. En lees heel, maar dan ook echt heel, vaak dat lidstaten de macht uit Brussel terug moeten krijgen. Dat de EU de verkeerde dingen beslist. Nu vind ik ook dat de Europese besluitvorming transparanter en beter zichtbaar kan.

Maar er is even iets wat je moet weten vóór de verkiezingen

De EU, dat is niet een of ander clubje grijze heren in Brussel die besluiten over details nemen, de EU, dat is voor een groot deel de regeringen van de EU-lidstaten zelf.

‘Brussel’ stelt geen wet vast zonder dat ministers in alle EU-lidstaten ‘m gezien hebben

De nationale kabinetten vormen samen de Raad van de Europese Unie (in het Engels: Council of the European Union), ook wel Raad van Ministers (Council of Ministers) of Raad (Council) genoemd. Dit is één wetgevende Europese institutie, hoewel de Raad van de EU verschillende samenstellingen kan hebben, afhankelijk van welk onderwerp er speelt. Voor elk onderwerp worden namelijk de ministers uit alle EU-lidstaten die over dat onderwerp gaan uitgenodigd. Er zijn 10 verschillende samenstellingen van de Raad van de EU, afhankelijk van het onderwerp, variërend van buitenlandse zaken tot energie en milieu.

Hoe het wetgevingsproces gaat

De meeste EU-wetgeving over een breed scala aan onderwerpen (bijvoorbeeld economisch beleid, immigratie, energie, transport, milieu en consumentenbescherming) wordt via een Ordinary Legislative Procedure vastgesteld. Het proces staat heel duidelijk interactief weergegeven op de website van het Europees Parlement (als je meer wilt weten, hier kun je op elke stap klikken voor meer informatie).

Even in het kort want zo ingewikkeld is het ook weer niet

  1. De Europese Commissie komt met een wetsvoorstel*.
    Dat doen zij op eigen initiatief, maar zij kunnen ook gevraagd worden om met een voorstel te komen door het Europees Parlement (volksvertegenwoordigers van alle Europeanen), door minimaal 4 EU-lidstaten samen of naar aanleiding van een burgerinitiatief.
  2. Dat wetvoorstel legt de Europese Commissie voor aan het Europees Parlement
    Dat betekent dus aan volksvertegenwoordigers die er namens alle inwoners van de EU zitten, én aan de Ministers uit alle lidstaten die over het onderwerp gaan.
    Het Europarlement kan er mee instemmen of er amendementen (verbetervoorstellen) aan toevoegen.
  3. Met de amendementen van het Europarlement wordt het voorstel aan de Raad van de EU voorgelegd.
    De Raad van de EU, waarin dus ook één van de Nederlandse ministers met zijn vakgenoten uit de rest van de EU zit, kan het wetsvoorstel met de amendementen goedkeuren of er ook amendementen aan toevoegen en terugsturen naar het Europees Parlement.
  4. Het wetsvoorstel komt terug bij het Europees Parlement.
    De Europarlementariërs kunnen nu drie dingen doen:
    – het goedkeuren met de amendementen van de ministers erbij
    – het afwijzen, dan stopt de procedure
    – nieuwe amendementen toevoegen en het weer terugsturen naar de Raad van de EU (naar de ministers)
  5. Stap 2 en 3 kunnen met nieuwe amendementen nog een paar keer doorlopen worden. En élke keer heeft een Nederlandse minister die over het onderwerp gaat het voorstel dus gezien en al dan niet goedgekeurd.

Een Nederlandse minister ziet dus een EU-wetsvoorstel áltijd voorbij komen.

En daarbij kunnen onze Kamerleden ook nog een gele kaart trekken

Ook kunnen de Nederlandse Tweede en Eerste Kamer ingrijpen in het proces: als die het wetsvoorstel niet goed vinden, omdat het iets is dat in ons land zélf geregeld moet worden, dan kunnen ze tegenstemmen. Dat moet binnen twee maanden nadat het voorstel voorgelegd is. Als in meer EU-landen de nationale parlementen dat doen, dan  wordt dat een gele kaart bij 1/3 van de nationale parlementen en een oranje kaart als er een meerderheid van de parlementen tegen stemt. De Europese Commissie moet dan het verdrag aanpassen of verdedigen waarom het toch anders ligt, en dan worden bovenstaande stappen weer doorlopen.

Wat je hier van  moet onthouden?

Als een Nederlandse politicus zegt dat hij niet weet wat er in Brussel gebeurt en dat ‘Europa van alles zelf beslist’, dan is dat makkelijk gezegd, it wasn’t me en dan maar met grote onschuldige hondenogen gaan zitten kijken. Maar het is óf niet waar, óf deze politicus doet zijn werk niet goed.

 

*Dit wetsvoorstel legt de Europese Commissie voordat het ingediend wordt ook al voor aan allerlei stakeholders, bijvoorbeeld via een impact assessment, inschakelen van een groep experts, vragen om input via een consultatie waarop iedereen mag reageren (die consultaties vind je hier) en diverse zogenaamde Green Papers en White Papers die gepubliceerd worden vóór het tot een wetsvoorstel komt.

De foto van de gele kaart is van Ian Burt.  De foto van de hond maakte mijn vriendin Olga Koopman van haar Valentijnsboeket waar ze haar hond even mee alleen had gelaten. 

2 thoughts on “Wat politici liever niet vertellen over EU-besluiten (en zéker niet vlak voor de verkiezingen)

  • Reply Arjen van der Burg 2 maart 2017 at 12:57

    Goede reminder, helder verwoord. Jammer dat in de campagne (en ook voordien) de werkelijkheid er niet erg toe doet.
    Zie ook mijn blog europefixit.eu

    • Reply Audrie van Veen 2 maart 2017 at 14:22

      Dankjewel Arjen! Wat leuk dat jij ook een blog in deze hoek hebt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *