Waarom de EU de natte droom van elke minister is

Stel, je bent minister. Je wilt je werk goed doen, en het beste voor het land. Maar je wilt óók dat jouw partij na de verkiezingen (die heel irritant elke vier jaar al weer zijn) aan de macht blijft.

Dat is constant schipperen tussen belangen. Tussen het beste voor je land, tussen wat de inwoners van je land vinden, wat belangenorganisaties vinden. Of je nou een groene minister bent en klimaatverandering bestrijden jouw hoogste prioriteit heeft, of dat je meer liberaal bent en vindt dat de grote bedrijven in jouw land moeten floreren, het blijft schipperen.

Dat wist je heus wel toen je er aan begon

Maar toch is het af en toe irritant. Iedereen wil wat anders van je, en je kunt nooit volledig aan alle wensen tegemoet komen. Jij moet de soms zouteloze compromissen sluiten en verkopen. Terwijl je zo ambitieus begonnen was als minister.

But a (wo)man can dream, right?

Soms droom je wel eens van een wereld waarin je de volgens jou beste besluiten voor het land neemt, maar niemand precies ziet hoe jij daar achter zit. Dat iedereen jou aardig blijft vinden. Ook al heeft het besluit vervelende gevolgen. v Nog mooier zou het zijn als je ook zo nodig iemand anders de schuld kunt geven dat het zo gelopen is, zodat je aan je achterban kunt laten zien dat je met ze meeleeft en er alles aan probeert te doen om het beter voor ze te maken.

Zou dat niet de natte droom van elke minister zijn?

Zo werkt het in de echte wereld dus niet, dat weet jij ook wel.

Maar in de EU  komen dromen soms uit

De lidstaten hebben samen namelijk het perfecte trucje gecreëerd om toch lekker af en toe een ander de zondebok te maken van ingewikkelde besluiten. Kunnen zij zelf af en toe heel even lekker achteroverleunen en dagdromen.

Comitology, heet dat met een mooi woord

En het werkt zo:

De ministers van alle 28 EU-lidstaten beslissen samen met het Europees Parlement over de kaders van wetten. Als het om complexe en controversiële wetten gaat (bijvoorbeeld over pesticiden of gengewassen), delegeren ze de besluiten over de bijbehorende uitvoering vaak naar comités van experts. Een minister of Europarlementariër heeft tenslotte geen verstand van álle technische details. Tot zo ver redelijk. Maar nu komt het.

Elke lidstaat mag dan een expert sturen die -oncontroleerbaar- in het geheim gaat vergaderen

Elke lidstaat mag dan een expert sturen. Die nationale experts mogen besloten vergaderingen houden, en de notulen zijn ook niet openbaar. Want het gaat dan om concurrentiegevoelige informatie enzo, het niet verantwoord om die te delen. Ook is het niet altijd bekend wie die experts zijn.  Het Europees Parlement, dat de besluiten moet kunnen controleren, kan dus niet zien wat daar besproken wordt, wat de afwegingen zijn en welk land wat gestemd heeft. En gewone Europeanen als jij en ik al helemaal niet.

Maar het allermooiste (volgens EU-lidstaten dan) komt nog

Komen die experts er samen niet uit, dan is de afspraak dat de Europese Commissie de uiteindelijke beslissing moet nemen.  En die kun je dan als minister ook mooi als zondebok aanwijzen als je het niet eens bent met het besluit. Of als je terug in eigen land veel negatieve reacties krijgt van inwoners of bedrijven. Ook al heeft jouw eigen nationale expert bij de stemming vóór gestemd, daar komt toch nooit iemand achter.

‘Wat een stom Europees besluit weer’, kun je dan lekker roepen. En de EU takes all the blame. Lekker dan.

Welke besluiten worden op die manier genomen?

Komende maanden worden er besluiten genomen over de uitvoering van wetgeving voor genetisch gemanipuleerde gewassen, in zo’n comité.  Franziska Achterberg, directeur voedselbeleid bij Greenpeace Europe, zegt op Politico.eu:

‘Het is één grote black box. Voorstellen worden niet gepubliceerd, stemmingen zijn geheim en er is geen informatie over wie wat gestemd heeft.’

In 2016 kwamen de EU-lidstaten niet tot een overeenkomst over glyfosfaat, de werkzame stof in het pesticide van Monsanto, RoundUp. INa zo’n schimmig comitology-besluitvormingsproces werd de EU min of meer gedwongen om de licentie voor glyfosfaat tot eind 2017 te verlengen. Milieuorganisaties hadden hier terecht forse kritiek op.

Waarom verandert de EU dat dan niet?

Dat proberen ze nu ook te doen. Voorzitter van de Europese Commissie Juncker heeft een voorstel ingediend om dit trucje te stoppen. Hij vindt dat dit proces niet democratisch is.  En dat de EU-lidstaten gewoon de verantwoordelijkheid moeten nemen voor besluiten die zij in EU-verband nemen. En dat proces moet ook gewoon zichtbaar en controleerbaar zijn.

Junckers idee: als de nationale experts er niet uitkomen, moet niet de EU de taak krijgen om te beslissen, maar moet de discussie terug naar de ministers van de lidstaten. Die moeten dan in het openbaar onderhandelen over het besluit. Zo krijgen lidstaten de verantwoordelijkheid en moeten zij ook toelichten waaróm ze precies dat besluit nemen. En is het transparant en door iedereen te controleren.

 

Foto header: Max Pixel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *